24 februari 2026

‘De bestedeling’ van Menno Lanting

Een tijd geleden werd mijn nieuwsgierigheid gewekt door een artikel in de zaterdagkrant van Het Dagblad van het Oosten. Menno Lanting vertelt daarin over zijn boek en hoe hij ertoe kwam het te schrijven. Zijn overgrootmoeder werd, nadat haar ouders overleden waren, via het weeshuis in Deventer uitbesteed aan een familie in de Achterhoek. Het deed mij realiseren dat mijn overgrootvader eigenlijk hetzelfde lot onderging. Al werd het nooit zo benoemd in de familie. 

Veiling

Hoe ging dat nou precies in zijn werk. Lanting is in de geschiedenis van de uitbestedingen gedoken. Na de Middeleeuwen kwam de opvang van wezen, weduwen, en andere zwakke personen steeds minder bij de rechtstreekse familie terecht. De toenmalige overheid, niet te vergelijken met de huidige, kwam met een nieuw systeem. Er kwam een soort veiling, bij voorkeur in het voorjaar, dan konden extra handen in de landbouw goed gebruikt worden. Daar werden deze afhankelijke personen tegen een zo laag mogelijk bedrag aan een ‘vreemde’ familie toevertrouwd. Soms voor maar 25 gulden per jaar. Net genoeg om ze te voeden en te kleden. Daar stond tegenover dat er gewerkt moest worden, hard gewerkt. Zeven dagen per week, weinig vrij, karig eten en weinig liefde. Niet altijd was het kommer en kwel. Er waren gezinnen waar het goed toeven was, waar een band voor het leven werd gesmeed. Maar dat was niet de regel, het waren de uitzonderingen. 

Stem

Lanting heeft met zijn boek een hele reeks bestedelingen een stem gegeven. Of ze nu in de zeventiende of in de twintigste eeuw leefden, hij kwam ze op het spoor, verdiepte zich in hun geschiedenis en haalde ze uit de vergetelheid. In zijn reflectie vergelijkt hij de vormen van opvang van toen met die in de huidige tijd: “Mensen kunnen door ziekte, ontslag of pech in een moeilijke situatie belanden… Vroeger waren er weeshuizen en armenfondsen, nu zijn er voedselbanken en schuldhulpsanering. De vormen veranderen, maar het probleem blijft hetzelfde”. 

Wie van sociale geschiedenis houdt, zou dit boek zeker moeten lezen. Het is onder dezelfde noemer te scharen als ‘Het pauperparadijs’ van Suzanna Jansen en ‘De kinderkolonie’(over de wezen van Veenhuizen) van Will Schackmann. Het boek eindigt met een zeer uitgebreide lijst van bronnen: boeken, proefschriften, online bronnen, tijdschrift- en krantenartikelen en bezochte archieven.

17 februari 2026

‘Een moord in november’ van Simon Mason

Het is midden in de nacht als rechercheur Ryan Wilkins naar een verdacht overlijden wordt gestuurd. Net aangesteld bij het bureau van Thames Valley gaat hij op pad naar het college van Sint Barnabas van de Universiteit Oxford. Nog snel heeft hij zijn zoon Ryan Junior naar de oppas gebracht, wie had gedacht dat hij al zo snel opgeroepen zou worden.   

Ergernis

Bijna verdwalend in de gangen en doorsteekjes van het college, vindt hij de plek waar de moord is gepleegd, een jonge vrouw ligt in de kamer van de rector. Gewurgd. De consternatie is groot, niet alleen vanwege het dode meisje maar omdat het precies samenvalt met het bezoek van een sjeik aan het college. Een sjeik die mogelijk een grote donatie aan het college wil schenken, dat kunnen ze nu wel vergeten. Ryan, grofgebekt en alternatief gekleed, gaat als een olifant door de porseleinkast. Ergernis alom. 

Ongeleid projectiel

Ook ergernis bij rechercheur Ray Wilkins. Hij was degene die gebeld had moeten worden. Iemand heeft een vergissing gemaakt. Ray is in alles de tegenpool van Ryan, posh gekleed, in Oxford gestudeerd, keurig netjes in elk opzicht. En nu wordt hem deze zaak door de neus geboord. Maar er wacht hem een verrassing, hun chef beslist dat ze samen moeten werken. Als een team! Dat valt niet mee. Ryan is een ongeleid projectiel, Ray doet alles volgens de regels. Toch komt er een sprankje hoop, als Ray een keer buiten zijn boekje gaat en Ryan hem uit die benarde situatie redt. 

Tegenstelling

Op overzichtelijke wijze worden de romanfiguren door Simon Mason geïntroduceerd. In het eerste hoofdstuk komt iedereen die van belang is al voorbij, ook de uiteindelijke dader. Dat je die dader als lezer niet snel in het vizier krijgt, dat is ook zijn verdienste. Maar de tegenstelling tussen Ryan Wilkins en Ray Wilkins is eigenlijk de hoofdmoot van deze spannende detective. Hoe twee zulke tegenpolen het met elkaar moeten rooien. Het geeft hilarische situaties maar ook vertederende momenten, waarin Ray’s vrouw en Ryans zoon elk een bijzondere hoofdrol spelen. 

Mason is in Engeland een bekende misdaadauteur met verschillende series op zijn naam. Ook is hij de winnaar van de Golden Dagger, de Engelse Gouden Strop. ‘Moord in november’ is zijn eerste boek dat in het Nederlands is vertaald. Het smaakt zeker naar meer!

10 februari 2026

'Het rampzalige bezoek aan de dierentuin’ van Joël Dicker

Joséphine zit met 5 andere kinderen op een speciale school. Omdat ze alle zes bijzondere kinderen zijn. Hun school is maar heel klein, ze hebben een heel lieve juf, Juf Jennings en er is een conciërge op school. Iets verderop staat een gewone school. Heel groot met veel klassen en leerkrachten. Juf Jennings heeft altijd heel leuke opdrachten voor de kinderen. De zes krijgen veel aandacht, kortom het ontbreekt ze aan niets. Tot ze op een maandag op school komen en zien dat de hele school kleddernat is door een grote overstroming. Iemand heeft de afvoer van de wc’s volgestopt met klei. Er kan onmogelijk lesgegeven worden, gelukkig komt de directeur van de grote school en biedt onmiddellijk klasruimte aan. Ook hun juf gaat mee, toch wordt het nogal ingewikkeld. Eigenlijk voltrekt zich de ene na de andere ramp. 

Viezewoordenbedenker

Het begint al met de kennismaking met de kinderen van de grote school. Dat gebeurt in de aula en de bijzondere kinderen moeten iets over zichzelf vertellen. Yoshi zegt nooit iets, dus nu ook niet, en Artie wil de microfoon niet aanraken, hij heeft smetvrees, Giovanni heeft een hekel aan spreken in het openbaar en Thomas doet liever karate dan iets te zeggen. Otto weet overal iets over te vertellen, hij begint te speechen maar wordt bij het woord democratie afgekapt. Joséphine komt als laatste, ze heeft besloten viezewoordenbedenker te worden, alle kinderen beginnen luid te lachen en te klappen. Het is duidelijk, de bijzondere kinderen vinden niet echt aansluiting bij de andere leerlingen. 

Aap uit de mouw

Na deze kennismaking voltrekken de volgende rampen zich in rap tempo. Tot het hoogtepunt, of dieptepunt, het ligt er maar aan hoe je ertegenaan kijkt, het bezoek aan de dierentuin. Waar de directeur gered wordt en de aap uit de mouw komt. Eindelijk komen ze erachter wie hun school gesaboteerd heeft. 

Dicker weet de kinderen zo fantastisch te portretteren, het boek is zo komisch, je leest het met een grote glimlach. Dicker’s motivatie voor dit boek is dat hij in deze gepolariseerde wereld een boek wil schrijven dat alle lezers, hoe oud of jong ze zijn, met elkaar kunnen delen. Mij heeft hij in elk geval om! Het boek is dan ook heel geschikt om voor te lezen in de bovenbouw van de basisschool.

3 februari 2026

‘Veelstromenland: het grote kleine rivierenboek’ van Maarten Boersema en Klaas Vos

De grote rivieren van ons land kennen de meeste mensen wel. De kleine daarentegen zijn vaak alleen maar in de eigen regio bekend. Om daar verandering in te brengen hebben Boersema en Vos zich in de kleintjes verdiept. In zijn voorwoord gaat Prof. Dr Co Verdaas (Deltacommissaris) op het fenomeen van de kleine rivieren in. “Zij vormen de haarvaten van ons watersysteem… Elk riviertje heeft zijn eigen verhaal, heeft mensen verbonden en landschappen mede gevormd. Zonder de kleine riviertjes zouden er geen grote rivieren zijn; zonder grote rivieren zou ons land er anders uitzien, in ruimtelijk, sociaal en economisch opzicht”. 

Vilsteren

We gaan in alfabetische volgorde door rivierenland. Beginnend met Alblas in Zuid-Holland en eindigend bij het Zwarte Water, niet ver hier vandaan. Maar nog dichterbij zijn er drie rivieren die alfabetisch toevallig achter elkaar komen: de Overijsselse Vecht, de Reest en de Regge. Om met de eerste te beginnen, de Vecht heeft het Vechtdal geschapen, van Gramsbergen tot aan Zwolle. Elk van de grotere plaatsen wordt vermeld, ook van de kleine als Vilsteren en Mariënberg wordt iets genoemd. De geschiedenis komt in vogelvlucht voorbij, het droogvallen in vorige eeuwen, het vervoer van zandsteen, het klooster in Sibculo. Alles wordt aangestipt, een enkel feit wordt verder uitgediept. 

Wortels

Zo vergaat het ook de Reest en de Regge. Waar de eerste nooit werd gekanaliseerd, werd de Regge rechtgetrokken om het water uit het achterland sneller te af te voeren. Nu krijgt ze haar meanderende loop weer terug. Ook hier worden de grote plaatsen als Nijverdal en Rijssen genoemd, bekende kunstenaars als Bert Haanstra en Charlotte van Pallandt hebben hun wortels in deze contreien. 

En dan zijn er de schitterende foto’s van Maarten Boersema. Ze ondersteunen niet alleen de tekst, ze zijn eigenlijk de hoofdmoot van dit boek. Het landschap, een doorkijkje, een waterrad, de ophaalbrug of een stadsgracht. Ze tonen alle de contouren van het water. 

Zesendertig riviertjes worden zo volgens een vast patroon beschreven. Van de Jeker tot de Drentsche Aa, van de Dintel tot de Dokkumer Ee. Eén kleine rivier ontbreekt echter in dit prachtige fotoboek. De Dinkel in Twente, de rivier waar de ijsvogel nestelt, de rivier die zo graag buiten haar oevers mag treden. Geen idee waarom die er niet in staat, maar een gemis is het wel.