Posts tonen met het label Drenthe. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Drenthe. Alle posts tonen

6 januari 2026

‘Ontaard’ van Marion Bruinenberg

Werken in het veen is in 1925 geen peulenschil, dagenlang op je knieën in de modder, of dagenlang de turven stapelen, weinig verdienen en blijvend sappelen, Roelof uit Klazienaveen weet dat hij daar niet mee door wil gaan. Emigreren wil hij. Naar de V.S of Canada, de grond daar bewerken, boeren, fruit telen, ondernemer zijn. Hij verkoopt zijn motor, krijgt de koffer met de zilveren sloten van zijn vader mee, vertrekt naar Rotterdam om er in te schepen. 

Klazienaveen

Het valt nog niet mee een ticket te bemachtigen. Aan zijn vijftig gulden heeft hij bij lange na niet genoeg. Hij leent op dubieuze wijze geld, geeft als woonadres in Nederland de naam van zijn aanstaande schoonouders op, het zal hem duur komen te staan. In het begin schrijft hij nog naar zijn verloofde, mooie en optimistische epistels. Langzaam maar zeker komt de klad erin, horen ze niets meer van hem. Wat hij niet weet is dat zijn verloofde zwanger is. Zij is een kranige vrouw, doet er alles aan om hem te vinden. Maar ook haar missie loopt stuk. Samen met haar kind komt ze terug in Klazienaveen. 

Brieven

Hun achterkleindochter heeft zich vaak afgevraagd hoe haar familie in elkaar zit. Een moedige oma die de wereld positief tegemoet treedt, een angstige moeder die de wereld juist het liefst buitensluit. Als oma komt te overlijden, krijgt kleindochter de brieven van Roelof in handen. Nieuwsgierig begint ze nog meer vragen te stellen, maar niemand in de familie weet de antwoorden. Ze besluit daarom de reis van Roelof over te doen. Precies net als hij vertrekt ze in 2025 met de boot vanuit Rotterdam naar Canada. Om daar in zijn voetsporen te treden. Zal ze iets meer over hem te weten komen? Of blijft het verleden ook voor haar een gesloten boek. 

Feit en fictie

Marion Bruinenberg gebruikt twee verhaallijnen om dit intrigerende verhaal, dat op ware feiten berust, te vertellen. Het was haar overgrootvader Roelof die samen met zijn broer Geert naar Canada emigreerde. Roelof kwam na verloop van tijd weer terug, van Geert werd uiteindelijk nooit meer iets gehoord. Zelf ondernam ze de reis in hun voetspoor, het levert een boeiend geheel van feit en fictie, waarbij je je als lezer geregeld afvraagt welke van de twee het is.

28 maart 2017

‘De kinderkolonie: ‘Tot een werkzaam leven opgeleid’: De wezen van Veenhuizen (1824-1859) van Will Schackmann

Velen zullen het niet weten maar in eerste instantie had de in het begin van de negentiende eeuw door Johannes van den Bosch opgerichte Maatschappij van Weldadigheid de intentie in Veenhuizen een kinderkolonie te stichten. Het moest de plek in Nederland worden waar “weezen, vondelingen en verlaten kinderen” tot nijvere landarbeiders zouden worden opgevoed. In 1824 arriveren de eerste kinderen. Dat had al heel wat voeten in de aarde, gemeenten waar een weeshuis gevestigd was werden aangemoedigd een deel van die kinderen naar Veenhuizen te laten vertrekken. Maar de meeste plaatsen waren niet genegen dat te doen, men hield van de eigen weeskinderen die vaak hun roots in de stad hadden.  Koninklijke besluiten en kortingen op subsidies kwamen er aan te pas om de wezen richting Drenthe te laten gaan.

Plicht en tucht
Plicht en tucht stonden voorop in de kolonie die nooit de beoogde 4000 wezen haalde. Maar toch, met meer dan 2000 wezen bij elkaar was er altijd reuring. Goed personeel was moeilijk te vinden, het onderwijs stond in die dagen nog in de kinderschoenen laat staan dat er sociaal pedagogisch werkers waren.  Een zaalwacht had honderdzestig kinderen onder zijn hoede,  geslapen werd er in hangmatten en veel kinderen waren in slechte conditie. Het opleiden tot nijvere landarbeiders viel daarom niet mee.

Politiek spel
Will Schackmann heeft zich uitputtend gedocumenteerd voor het schrijven van dit boek. Met een aantal vrijwilligers is twee jaar lang het archief van Veenhuizen uitgeplozen en Schackmann weet de menselijke maat in al die stoffige documentatie te vinden. Aan de hand van het leven van een aantal wezen, het personeel en de bestuurders  van het gesticht beschrijft hij het dagelijks leven en de belevenissen van de betrokkenen. Als in een roman trekken de gebeurtenissen aan het oog voorbij, Schackmann weet door zijn prettige, ietwat ironische schrijfstijl, de aandacht vast te houden. Ook het politieke spel rond Veenhuizen komt aan de orde en al is deze hele geschiedenis bijna honderdvijftig jaar oud, veel klinkt nog steeds bekend in de oren.  

Werelderfgoed

Schackmann schreef eerder ‘De proefkolonie’ over Veenhuizen (2008)  en ‘De bedelaarskolonie’ over de Ommerschans (2013).  Veenhuizen en de Ommerschans staan evenals de andere koloniën van de Maatschappij van Weldadigheid op de nominatie om als Werelderfgoed van de Unesco te worden aangemerkt.