Posts tonen met het label Suriname. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Suriname. Alle posts tonen

24 november 2020

‘Het verbrande huis’ van Bodil de la Parra


Bodil bezoekt, ze is dan zes, in 1970 samen met haar ouders en broertje voor het eerst de familie in Suriname. De familie van haar vader die al vanaf de achttiende eeuw daar woont.  Eerst op de Jodenplantage, later in Paramaribo. Haar vader Pim is er geboren, zijn moeder Mavis is jong overleden maar opa en de tantes Jet, Pop en Gus beheren en bewonen een apotheek met woonhuis in de Zwartenhovenbrugstraat. Opa is een brommerige man, nors en nukkig. De tantes zijn het tegendeel, vriendelijk, hartelijk en altijd in voor een praatje. 

Vrijpostig
Ze blijven twee maanden en leren de familie goed kennen. De ondeugende neefjes met wie ze altijd op zal blijven trekken. De neefjes die zoveel over de familie weten, dingen die Bodil soms nauwelijks kan geloven. De manier waarop mensen met elkaar omgaan, ze kijkt haar ogen uit. In Amsterdam waar ze is opgegroeid heeft ze veel vrijheid gehad. Mocht van alles zeggen, dat komt haar duur te staan als ze die woorden in het bijzijn van de familie herhaalt. “Tante Gus kijkt alsof de Surinamerivier buiten haar oevers is getreden…Meteen naar bed meisje! …Je bent vrijpostig! De rest van de dag zit Bodil op haar kamer. 

Zanderij
De bezoeken blijven zich herhalen, niet jaarlijks maar wel geregeld. Elke keer als ze landt op Zanderij komt het gevoel van thuiskomen boven. De warme familie, ook al worden ze ouder,  blijft hetzelfde. Maar Suriname verandert. Onafhankelijkheid en daarna in 1982 de decembermoorden. Het is voor de la Parra’s niet meer veilig om te gaan, het duurt jaren voordat Bodil weer naar haar familie kan. Ondertussen is haar vader na een tweede relatie en de geboorte van een tweede dochter weer in Suriname gaan wonen. Hij verzorgt opa die oud en warrig is. Bodil kijkt met bewondering hoe zorgvuldig, handig en geduldig haar ooit stoethaspelige vader met hem omgaat. 

Boeiend
‘Het verbrande huis’, je moet echt doorlezen tot het eind om de titel te begrijpen, is een boeiend verhaal over een grote warme Surinaamse familie. Met Bodil kijk je met Nederlandse ogen naar de gebruiken, mores en ongeschreven regels zoals die bij de la Parra’s gelden. De tantes worden je lief, over opa verbaas je je en die neven, die wil elke familie wel hebben!

12 oktober 2018

Korte tip: 'De reis van Syntax Bosselman' van Arend van Dam

Verhalen over de slavernij. Syntax Bosselman vertrekt in 1883 samen met nog 25 andere Surinamers naar Amsterdam om tentoongesteld te worden op de Internationale Koloniale en Uitvoeringstentoonstelling. Nederland laat daar 'trots' zien wat het allemaal bereikt heeft in de wereld. Arend van Dam komt dit gegeven toevallig op het spoor en diept het zeer genuanceerd uit. Hij volgt Syntax op de voet en laat aan de hand van de tentoonstelling de lelijkheid van de Nederlandse slavernijgeschiedenis zien. Een mustread voor elk kind in groep zeven en acht en hun ouders.  Van Dam heeft voor dit boek de Thea Beckman literatuurprijs voor het beste historische jeugdboek 2018 ontvangen.

Klik hier voor een uitgebreide recensie op de website Leesbevordering in de klas.

10 juli 2018

‘Onder de paramariboom’ van Johan Fretz


Johannes Fretz gaat voor het eerst naar zijn moederland Suriname. Als kind van een Duits-Nederlandse vader en een Surinaamse moeder was hij altijd op Nederland gefocust, het heeft lang geduurd voor hij een gedachte aan Suriname wilde wijden. De wankele geestesgesteldheid van zijn ouders en hun vijandige houding naar elkaar maken bovendien dat hij al jong weet dat hij weinig steun van hen kan verwachten, hij is op zichzelf aangewezen. Nu hij eind twintig is en  beginnend schrijver en cabaretier, wordt hij uitgenodigd in Paramaribo net voor de verkiezingen een optreden te verzorgen. Het zal zijn eerste kennismaking met zijn moederland zijn. En zoals hij zijn moeder ooit beloofd heeft, zij zal hem op deze trip vergezellen. Voor haar is het een weerzien na veertig jaar. 

Identiteit
Suriname overweldigt hem, alle dagen dat hij er is dompelt hij zich in verwondering onder in de kleurrijke en relaxte  Surinaamse cultuur.  Hij maakt kennis met zijn familie daar, gaat  met zijn moeder op onderzoek naar de familiegeschiedenis, verkent de stad en omstreken, verbaast zich over de verkiezingscampagnes en over nog veel meer. Toch voelt Suriname, tot zijn grote verbazing, ook als thuis. Veel momenten roepen herinneringen op aan zijn jeugd, aan zijn kiftende ouders, aan de ongemakkelijkheid van vervelende vragen als  ‘Waar kom je echt vandaan’.  De reis wordt één grote verkenning van zijn identiteit: “Ik heb mijn leven evenzeer te danken aan barmhartigheid als aan tirannie, aan de kolonisten en aan de slaven, door mijn lichaam stroomt het bloed van bezetters, maar ook dat van de bevrijders”.

Lichtvoetig
Nu klinkt het net alsof ‘Onder de paramariboom’ een heel zwaar boek is, niets is minder waar.  Het is lichtvoetig geschreven, in vlotte, korte hoofdstukken,  soms leest het bijna als een cabareteske tekst. Hoe biografisch het is, is niet echt duidelijk, de scheidslijn tussen feit en fictie is voor de lezer moeilijk te maken in dit zeer lezenswaardige boek.