Posts tonen met het label Identiteit. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Identiteit. Alle posts tonen

12 maart 2024

‘Blauwe tomaten’ van Elodie Heloise

Dominique is met haar vriend Marlon verhuisd naar Curaçao. Hij is daar geboren en opgegroeid, heeft het huis van zijn grootvader geërfd. Dominique is er ook geboren. Haar ouders gingen naar het eiland omdat haar vader uitgezonden werd. Op haar achtste besloot haar moeder hals over kop naar Nederland terug te gaan. Dominique heeft nog vage herinneringen aan de tijd op Curaçao. Dat ze doodsbang in bed ligt, probeert de woede en het geschreeuw in het huis te negeren. Dat mama de volgende dag zegt dat ze was gevallen, tegen een deur op liep, zich stootte aan het aanrecht. Haar moeder kwam nooit op die periode terug, hun relatie is daarna dan ook nooit meer goed geweest. 

Beelden

Nu ze weer op Curaçao is komen de beelden terug. Dominique wil er niet aan toegeven. Ze wil een nieuw leven opbouwen, kennismaken met haar schoonmoeder en met Marlons tante ‘shon Mi’ die een opvanghuis voor zwervers en verslaafden in Willemstad runt. Al snel wordt hun huishouden uitgebreid met Kevin, een tiener die les krijgt van Marlon. Hij is thuis mishandeld door zijn stiefvader. Kwam in opstand, sloeg terug en woont nu veilig bij het jonge stel. Dominique voelt verwantschap en kan goed met hem praten. 

Pastorie

Wesu is één van de drankverslaafden die geregeld in de opvang van shon Mi te vinden is. Hij is ziek geworden en dan is de pastorie van pastoor Bree de plek waar een zieke op krachten kan komen. Hoge koortsen hebben hem geteisterd, veel heeft hij uitgekraamd, pastoor Bree maakt zich zorgen om hem. Pastoor en shon Mi werken samen in hun hulp aan de minderbedeelden. Dat komt op de tocht te staan nu de overheid de opvang wil sluiten. Wat moeten ze doen om de minister, die zelf financiële belangen bij het project heeft, af te stoppen? 

Caraïbisch

Er zijn veel verhaallijnen in ‘Blauwe tomaten’ , toch raak je de draad niet kwijt. Je leest deze sociale roman als een detective, komt het goed met de opvang? Komt het goed met Dominique. Komt het goed met Kevin? De opgeroepen sfeer is helemaal Caraïbisch, iedereen die bekend is op de eilanden waant zich bij het lezen van ‘Blauwe tomaten’ daar terug. Het boek is genomineerd voor de prestigieuze Libris Literatuurprijs.   

13 april 2021

‘Maar waar kom je écht vandaan?’ van Robert Vuijsje

Robert Vuijsje had een wekelijkse rubriek in de Volkskrant waarin hij sprak met een Nederlander over zijn of haar afkomst.  Een zeer gevarieerd gezelschap van Soundos El Ahmadi tot Gerard Cox, van Typhoon tot Willem de Bruin en van Simon Tahamata tot Catherine Keijl passeerde de revue. Al deze interviews heeft hij gebundeld in een vuistdik boek. Een boek over de achtergrond van de 100 geïnterviewden maar vooral ook over hun zoektocht naar de eigen identiteit. 

Uiterlijk
Hamvraag voor de meesten, en de grootste ergernis van de geïnterviewden is de vraag ‘Waar kom je écht vandaan? Alsof iemand met een iets ander uiterlijk toch echt niet in Nederland geboren kan zijn! Maar elk van de ondervraagden heeft daar ook weer een eigen visie op. Dat loopt uiteen van ik heb nooit iets van discriminatie gemerkt tot ik werd met de nek aangekeken. 

Dorp
Opgroeien in een dorp lijkt soms een voordeel. Je bent het enige donkere/andere gezin, je kan gewoon meedoen. Toch zijn er altijd ettertjes die je fintjes vertellen dat je er écht niet écht bij hoort. Generaliseren kan echter niet, ieder van de 100 is in andere omstandigheden opgegroeid, iedereen reageert op eigen wijze op zijn of haar leefomgeving. 

Azmani
Ook Malik Azmani,die een tijd in Ommen heeft gewoond,komt aan het woord. Opgegroeid in Friesland, gestudeerd in Groningen, getrouwd met de dochter van de dominee. Op vakantie in Nederland wordt hij een keer ziek. Zijn vrouw gaat medicijnen voor hem halen bij de plaatselijke huisarts. Bij het zien van zijn naam zegt de arts: “dat zit in die cultuur, ze stellen zich aan, het zal vast wel meevallen’. Je zult maar met een blindedarmontsteking bij die dokter terechtkomen! 

Maar waar…
In de heldere inleiding laat Vuijsje zien dat de autochtone Nederlander nooit reden heeft gehad over zijn afkomst na te denken. Die luxe hebben de Nederlanders met een migratieachtergrond niet. Ook al zouden de laatsten zich daar niet mee bezig willen houden, de omstandigheden dwingen hen dat te doen. Want er is altijd wel iemand die vraagt: “maar waar kom je écht vandaan”?

10 juli 2018

‘Onder de paramariboom’ van Johan Fretz


Johannes Fretz gaat voor het eerst naar zijn moederland Suriname. Als kind van een Duits-Nederlandse vader en een Surinaamse moeder was hij altijd op Nederland gefocust, het heeft lang geduurd voor hij een gedachte aan Suriname wilde wijden. De wankele geestesgesteldheid van zijn ouders en hun vijandige houding naar elkaar maken bovendien dat hij al jong weet dat hij weinig steun van hen kan verwachten, hij is op zichzelf aangewezen. Nu hij eind twintig is en  beginnend schrijver en cabaretier, wordt hij uitgenodigd in Paramaribo net voor de verkiezingen een optreden te verzorgen. Het zal zijn eerste kennismaking met zijn moederland zijn. En zoals hij zijn moeder ooit beloofd heeft, zij zal hem op deze trip vergezellen. Voor haar is het een weerzien na veertig jaar. 

Identiteit
Suriname overweldigt hem, alle dagen dat hij er is dompelt hij zich in verwondering onder in de kleurrijke en relaxte  Surinaamse cultuur.  Hij maakt kennis met zijn familie daar, gaat  met zijn moeder op onderzoek naar de familiegeschiedenis, verkent de stad en omstreken, verbaast zich over de verkiezingscampagnes en over nog veel meer. Toch voelt Suriname, tot zijn grote verbazing, ook als thuis. Veel momenten roepen herinneringen op aan zijn jeugd, aan zijn kiftende ouders, aan de ongemakkelijkheid van vervelende vragen als  ‘Waar kom je echt vandaan’.  De reis wordt één grote verkenning van zijn identiteit: “Ik heb mijn leven evenzeer te danken aan barmhartigheid als aan tirannie, aan de kolonisten en aan de slaven, door mijn lichaam stroomt het bloed van bezetters, maar ook dat van de bevrijders”.

Lichtvoetig
Nu klinkt het net alsof ‘Onder de paramariboom’ een heel zwaar boek is, niets is minder waar.  Het is lichtvoetig geschreven, in vlotte, korte hoofdstukken,  soms leest het bijna als een cabareteske tekst. Hoe biografisch het is, is niet echt duidelijk, de scheidslijn tussen feit en fictie is voor de lezer moeilijk te maken in dit zeer lezenswaardige boek.