Posts tonen met het label Onderduikers. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Onderduikers. Alle posts tonen

3 oktober 2023

‘Vergeet je naam: verhalen van Joodse onderduikkinderen’ van Marcel Prins en Peter Henk Steenhuis

Mattie Tugendhaft uit Maastricht is vijf jaar als hij moet onderduiken. Zijn vader vertelt hem dat ze een tijdje wegmoeten “want er zijn Duitse soldaten en die willen ons vermoorden omdat we Joden zijn”. Zijn zusje wordt meegenomen door een hulp in de huishouding en komt in België in een nonnenklooster terecht. Mattie heeft het redelijk goed getroffen met zijn opvanggezinnen in Limburg maar moet door dreigend verraad wel vaak verkassen. Zo komt hij ook op een boerderij aan de Maas waar het vreselijk misgaat, hij wordt door de boer gruwelijk mishandeld. 

Kristallnacht

Usschi Littmann groeit op in Berlijn. Ze is de jongste van een middenstandsgezin. In  de Kristallnacht (8 november 1938) wordt alles in hun zaak kort en klein geslagen. Kort daarna vlucht Usschi met haar oudere zus en komt ze illegaal in Nederland aan. Amsterdam voelt aanvankelijk als een bevrijding. Na de inval in 1940 is het daar echter ook niet meer veilig. Ze leert Max kennen. Trouwt in 1943, regelt valse identiteitspapieren voor hen beiden. Zo komen ze de oorlog door. 

Snelkookpan

De verhalen zijn onderdeel van het project ‘Andere Achterhuizen’, men wilde laten zien dat niet alleen ‘Het Achterhuis’ van Anne Frank van belang was. Dat er zoveel meer ‘achterhuizen’ waren.  Er verschenen al twee eerdere boeken: ‘Andere Achterhuizen’ en ‘Ondergedoken als Anne Frank’.  In ‘Vergeet je naam’ werden de laatste tien interviews verwerkt. “De onderduik was een snelkookpan voor emoties en ervaringen, voor angst, haat, liefde, verraad, onbaatzuchtigheid”, aldus het voorwoord van Marcel Prins. Veel van die thema’s spreken ook nu nog aan.   

Nijverdal

De onderduikkinderen zaten het hele land door. Betty Metzelaar kwam in Friesland terecht, Arnold Weijel dook met het hele gezin onder bij de bovenburen in Amsterdam. Roosje Colthof kwam na veel omzwervingen in Nijverdal terecht waar ze brood en levensmiddelen kregen van Herman Flim die in de oorlog meer dan zeventig Joodse kinderen heeft verzorgd. En hoe zij haar familie terugvond is wel een heel bijzonder verhaal. 

De verhalen maken indruk, ze worden bijna zakelijk en zonder opsmuk verteld. Juist daardoor komen ze extra hard binnen. Wat hebben de kinderen vaak geleden. Gelukkig waren er ook onbaatzuchtige mensen die de kinderen een veilige plek boden, vaak met gevaar voor eigen leven.  

30 april 2019

‘ ’t Hooge Nest’ van Roxane van Iperen


In 2012 kopen Roxane van Iperen en haar man het huis ’t Hooge Nest  in Het Gooi. Tijdens de renovatie ontdekken ze onder de vloeren bladmuziek, verzetskrantjes en kaarsstompen.  Roxane, jurist en journalist wordt nieuwsgierig en besluit de geschiedenis van het huis te onderzoeken. Ze komt bij  Janny en Lien Brilleslijper terecht,  die hebben in de oorlog lange tijd in het huis gewoond.  Nu Roxane de namen weet komt haar speurtocht pas goed op gang en ontrafelt ze het leven van de twee joodse zussen die met gevaar voor eigen leven verzetswerk bleven verrichten. Vijf jaar duurt het onderzoek en de uitkomst is huiveringwekkend.

Verzet
Janny en Lien Brilleslijper groeien op in een hechte Joodse familie in het vooroorlogse Amsterdam.  Al eind jaren dertig ziet Janny het gevaar dat in Duitsland schuilt en ook Lien, die verliefd wordt op een gedeserteerde Duitse soldaat wordt met het nazisme geconfronteerd.  Als in 1940 in Nederland de Duitse bezetting een feit is, vormen de zussen en hun partners samen met vrienden een verzetsgroep. Amsterdam wordt te gevaarlijk, via Bergen komen ze in het afgelegen ’t Hooge Nest terecht. Terwijl ze het verzetswerk voortzetten wanen de zussen zich hier redelijk veilig. Een villa vol onderduikers vraagt veel van hun organisatietalent, schuilplaatsen worden aangebracht, persoonsbewijzen vervalst, voedselbonnen gestolen. En altijd is er de angst voor verraad.  In 1944 is het zover, verraad, ze worden afgevoerd naar Westerbork en vandaar samen met de familie Frank op het laatste transport naar Auschwitz gezet.

Motto
Motto van dit indringende en bijzonder aangrijpende waar gebeurde verhaal is de uitspraak van Janny Brilleslijper: “Wanneer er gevochten moet worden, moet er maar gevochten worden. Je kunt jezelf niet ontrouw worden. Je kunt jezelf ook niets wijsmaken. We stonden ervoor. We hebben gedaan wat we moesten doen, wat we konden doen. Niets meer en niets minder”.  Het boek sluit af met een follow-up van wat er met de personen na ’t Hooge Nest gebeurde, gevolgd door een zeer uitgebreide bronnenlijst.